Wadi el Gemal – een zee van droogte
In Wadi el Gemal in Egypte maak je kennis met de twee uitersten van het land: water en droogte, zee en woestijn, de koele onderwaterwereld en de verzengende hitte tussen de bergen. Je kunt hier een heerlijke strand- of duikvakantie houden maar ook dieper in de cultuur en natuur duiken. Op het eerste oog mag de woestijn er dor en eentonig uitzien, maar schijn bedriegt: er is een verrassende wereld te ontdekken. Ga mee naar het land van Ahmedani.
“Je kunt een Bedoeïen dus wel uit de woestijn halen, maar de woestijn niet uit een Bedoeïen.”

Gids Ahmedani is een Bedoeïen, hij behoort tot de Ababda.
Als een jonge god klimt gids Ahmedani – toch zeker in de 50 – op afgetrapte sandalen de berg El Talayee op, in nationaal park Wadi El Gemal, pal aan de Rode Zee in Egypte. Toeristen rondleiden en door het woeste landschap loodsen is een van de activiteiten die Bedoeïenen tegenwoordig op zich nemen, nu een nomadisch bestaan in de woestijn steeds lastiger wordt.
Voor zonsopkomst al warm in de Wadi El Gemal
Af en toe kijkt Ahmedani grijnzend om en vraagt hij in zijn beste Engels of het gaat. Hoewel we al vroeg zijn opgestaan en een uur voor zonsopkomst klaarstonden in onze hike-outfit, wijst de thermometer deze vroege ochtend al dik 30 graden aan. We beklimmen de hoogste berg van de omgeving en met deze temperaturen is dat best pittig. Hoewel ‘berg’ iets te veel eer is voor de heuvel waarvan de contouren in de ochtendschemering steeds duidelijker worden. Toch blijkt al snel dat dit niet zomaar een heuvel is.
Miljoenen jaar oud koraalrif
Wat van een afstand een homogene bult lijkt, is van dichtbij een organische wirwar aan kloven. ‘We lopen nu door een miljoenen jaren oud koraalrif,’ vertelt Ahmedani met glinsterende ogen. ‘Ooit was hier zee. Eens zwommen hier vissen. En groeide hier kleurrijk koraal. Maar de zee verdween en het koraal stierf af.’ Wat achterbleef, is een grillig, bergachtig kalksteenlandschap. Vermomd, dat wel. Het witte kalkgesteente is bedekt met een dun laagje bruin zand. Niet zo verwonderlijk in een woestijn. We zitten per slot van rekening in het oostelijke deel van de Sahara. Terwijl we verder door de kloven naar boven hiken, toont Ahmedani een bijzonder fossiel hier, een fraaie schelp daar. Ze zitten ‘gewoon’ in de wanden van de kloof.
Uitzicht over Wadi El Gemal

Vanaf de hoogste ‘berg’ zie je de Rode Zee en het Gorgonia Beach Resort liggen.
Na ongeveer een uur klimmen en klauteren komen we aan de top van de heuvel. De zon is net op en er staat een flinke bries die de zweetdruppels al snel doet verdampen. Van boven hebben we een panoramisch uitzicht over de zee en het landschap. Geen wonder dat vroegere stamhoofden van de Ababda – de Bedoeïenenstam waar Ahmedani ook toe behoort – deze heuvel als uitkijkpost gebruikten om hun territorium in de gaten te houden. De enige bebouwing die we zien, is het resort waar we verblijven. In de verte ploegt een eenzame truck, beladen met enorme brokken graniet, over ‘snelweg’ 65.

Snelweg 65 met rechts de entree van Wadi El Gemal.
Woestijn, bergen en leegte
De weg loopt parallel aan de kust, net als de hoogspanningsmasten die er sinds een paar jaar staan en dit deel van Egypte van stroom voorzien. Voor de rest: woestijn, bergen en leegte. Het eerste zonlicht schildert 50 tinten bruin om ons heen. ‘Kijk, daar woon ik.’ Ahmedani wijst in de verte waar we na even turen een klein nederzettinkje ontwaren. Hij is er inmiddels op zijn hurken bij gaan zitten terwijl wij uitgebreid de omgeving bestuderen. Daarna beginnen we aan de afdaling. Maar niet voordat we samen met onze Bedoeïengids nog een steentje hebben bijgedragen aan het verhogen van de top van deze berg.

Traditiegetrouw legt Ahmendani een steen op de top van de heuvel.
Wadi El Gemal – Vallei van de Kamelen, toch?
Eenmaal beneden staat de zoon van Ahmedani ons op te wachten bij een provisorisch in elkaar gezet afdakje van palmtakken. Hij heeft kleden op de grond gelegd en een kamelenvel over de bankjes gedrapeerd. Uit zijn gemotoriseerde bakfiets haalt hij water, cola en bananen: precies wat we nodig hebben na een paar uur hiken. We gaan zitten en praten nog wat na onder de ritselende bladeren die ons beschermen tegen de zon die inmiddels al wat hoger aan de horizon staat. Of Ahmedani ook kamelen heeft, we zijn per slot van rekening in de wadi (vallei) van de kamelen, toch? Jazeker: eentje. Nou ja, het is geen kameel, maar een dromedaris, maar dat terzijde. Alles noemen ze hier camel, ook dromedarissen.

De zoon van Ahmedani op zijn gemotoriseerde ‘kameel’.
Hup, in de pick-up
Het Nationaal Park Wadi El Gemal heet in het Engels ‘Valley of the Camels’, maar die tweebultige dieren gaan we hier echt niet tegenkomen. Áls we al iets zien, dan zijn het dromedarissen. En natúúrlijk mogen we dromedaris Biscuit van Ahmedani komen bekijken. De pick-up doet zijn naam eer aan: Ahmedani pikt ons even later op in zijn Nissan, we klauteren achter in de laadbak en een kwartier later zijn we in het Bedoeïenendorpje waar hij met zijn gezin woont. Dromedaris Biscuit en hond Cappuccino wachten ons nieuwsgierig op. Na een wandeling door het dorpje en een fotoshoot met de vierpotige modellen stappen we weer achter in de laadbak van de Nissan. Het is nog niet eens negen uur in de ochtend maar de indrukken zijn nu al om in te lijsten.

Ahmedani met zijn hond Cappuccino en dromedaris Biscuit.
Klimaatverandering bedreigt nomadisch bestaan
Ahmedani en zijn gezin leven, net als 300 andere Bedoeïenengezinnen, in Nationaal Park Wadi el Gemal. Deze vallei is het oorspronkelijke leefgebied van de Ababda. Bedoeïenen zijn een volk van woestijnnomaden die in Noord-Afrika en het Midden-Oosten leven, maar hun nomadisch bestaan wordt bedreigd door klimaatverandering. In de woestijn is het sowieso al droog, maar het wordt steeds droger, er valt steeds minder regen.

Bedoeïenen onderweg in Wadi El Gemal. Foto (c) Gianni Bodoni – Gorgania
Droger en kouder in de woestijn
En ‘s nachts is het kouder, vertelt voormalig parkmanager Mohamed Gad ‘s middags bij de officiële ingang van het Nationaal Park Wadi el Gemal. Die ingang bestaat uit niet meer dan een bord langs de kant van de weg, twee rieten parasols en een stenen bouwwerk. ‘Omdat het droger en kouder in de woestijn wordt, leven meer en meer Bedoeïen niet meer midden in de woestijn.’ Mohamed was manager van het Nationaal Park, nu met pensioen, maar nog steeds hoog gewaardeerd. Hij treedt op als woordvoerder en pleitbezorger van ‘zijn’ park én de Ababda.

Welkom in nationaal park Wadi El Gemal.
Vogeltrekroutes door de Wadi El Gemal
Daarnaast is Mohamed actief als vogelbeschermer in een windmolenpark. Egypte ligt namelijk op belangrijke vogeltrekroutes van zo’n 40 vogelsoorten, waaronder ooievaars. Door die trekbewegingen goed in de gaten te houden, kunnen de windmolens tijdig worden stopgezet en grote ongelukken voorkomen. Zelf is Mohamed geen Ababda, maar van een ander Bedoeïenenvolk met roots in Saoedi Arabië. Dat is onder meer te zien aan de witte djellaba die hij draagt, die is net even anders dan die van de Ababda.

Mohamed Gad is woordvoerder en pleitbezorger van ‘zijn’ nationaal park én de Ababda.
Veranderende wereld, ook in Wadi El Gemal
Ook al is hij getrouwd met een Ababda-vrouw, hij blijft de kleding van zijn volkdragen. ‘Tradities zijn nog steeds sterk aanwezig,’ vertelt Mohamed. ‘Ook al verandert de wereld, Bedoeïenen bestaan al duizend jaar en we zullen ook nog zeker duizend jaar voortbestaan.’ Maar ze gaan wel met de tijd mee. ‘Internet is bij ons net zo gewoon als elders. We Whatsappen en Instagrammen net zo goed. En we kijken graag voetbal op tv.’
Nomaden DNA
Wat niet zo snel zal veranderen, is het nomaden-DNA. Kijk naar Ahmedani. Hij woont net als zijn dorpsgenoten met zijn gezin in een schamel hutje van bij elkaar gesprokkelde stukken hout. In hetzelfde dorp staan nieuwe, stenen huizen. Leeg. Niemand wil er wonen. ‘Het zwerversinstinct zit nu eenmaal in een Bedoeïen,’ verklaart Mohamed de leegstand. Je kunt een Bedoeïen dus wel uit de woestijn halen, maar de woestijn niet uit een Bedoeïen.

Onderkomen van Bedoeïenen.

Vlakbij staan nieuwe huizen, maar die staan leeg.
‘Ze willen niet wonen in een vast huis, maar in een omgeving. Een stenen huis is iets vasts, iets definitiefs. De ruimte eromheen is ook kleiner. Liever hebben ze een eenvoudig hutje met veel ruimte rondom zodat ze bij wijze van spreken zo hun spullen kunnen pakken om verder te trekken. Misschien niet meer naar het midden van de woestijn, meer naar de kust, waar de temperatuur ’s nachts minder daalt en de kans op regen iets groter is.’
Gericht op mensen: sociaal, gastvrij en trots
Dat diverse Ababda die in Wadi el Gemal leven in de toeristische sector werken, heeft ook te maken met hun inborst, vertelt Mohamed. ‘Zoals je gemerkt hebt, zijn Ababda op mensen gericht. Dat hebben niet alle Bedoeïenenvolkeren. Ababda zijn sociaal, gastvrij en trots op hun leefwijze en leefomgeving. En dat laten ze graag aan bezoekers zien. Deze mensen zijn dan ook een aanwinst in het nationaal park, als gids of chauffeur bijvoorbeeld.’
Historie en leefstijl van de Ababa
Bij de ingang van het park staan twee pick-ups klaar. Mohamed neemt plaats in de ene, Ahmedani in de andere. We hobbelen een half uur door de woestijn achterin de pick-ups naar het Ababda Museum, een klein, stenen gebouw met vierkante ramen. Dit museumpje (Beyt el Ababda) is met steun van onder meer de Nederlandse ambassade tot stand is gekomen.

Met een pick-up naar ons volgende doel. De kinderen rijden met ons mee.
Ahmedani is naast gids ook beheerder van het Ababda Museum en staat te stralen van trots als we rondgeleid worden. Alles wat je wilt weten over de Ababda is hier te vinden. Aan de muur hangen informatiepanelen over de historie en leefstijl van de Ababa en er zijn gebruiksvoorwerpen en kleding uitgestald. Je ziet hoe ze wonen, wat ze eten en drinken, hoe ze zich kleden, over hun gewoontes en tradities. Hoewel het museum maar klein is en uit één ruimte bestaat, krijg je toch een goed beeld van deze stam.
“De beste manier om Bedoeïenen te leren kennen is toch echt het samenzijn met deze mensen zelf. Tijdens een kopje koffie bijvoorbeeld.”
Geen snel bakkie maar slow coffee

Een Bedoeïenenjongen brandt koffiebonen.
Koffie drinken bij de Bedoeïenen is niet zomaar ‘snel een bakkie doen’, ontdekken we als we de volgende dag Qulaan, een klein Bedoeïnendorpje aan de kust, bezoeken. Daar wordt de tijd voor genomen. In een grote tent, voorzien van kleurrijke doeken langs de wanden en over de banken, maken we het koffieritueel van dichtbij mee. Het is een heuse traditie en ceremonie: de al-jabanah. Daar komt geen Nespresso of Senseo aan te pas. Voor de Bedoeïenen is het zetten en drinken van koffie een sociaal gebeuren en ze nemen er dan ook ruim de tijd voor. Slow coffee. Tijd om bij te praten en de laatste nieuwtjes uit te wisselen.

Koffieceremonie bij de Bedoeïenen.
Leven in Bedoeïenentijd
Zijn er gasten? Ook dan is het koffietijd, want het is een teken van gastvrijheid. Tussen de gesprekken door branden ze groene koffiebonen, vijzelen ze de gebrande bonen samen met gember, laten ze de koffie in een bol potje met smalle nek (de jabanah) boven een vuurtje van gesprokkeld acaciahout pruttelen en schenken ze de koffie met een schep suiker in piepkleine kopjes.

Koffie bij de bedoeienen foto (c) Gianni Bodoni
Zo vers heb ik de koffie nog nooit gedronken. De smaak is zoet en kruidig met een duidelijke koffietoon. Als een tweede bakje wordt aangeboden, krijgen we advies van Mohamed. ‘Dan moet je daarna ook nog een derde nemen. De traditie zegt ook dat je alleen een oneven aantal drinkt.’ Het is dat we nog meer op het programma hebben staan, anders waren we zeker nog een uurtje gebleven om het ritueel nogmaals te zien. Hadden wij maar wat meer Bedoeïenentijd…

Mini koffie met maxi smaak!
Meer weten over Wadi El Gemal?
Ik heb meer informatie en tips & tricks op een rijtje gezet!

Genieten van een bijzondere plek in Wadi El Gemal.
[…] gids Ahmedani maakten we een paar mooie tochten door Wadi El Gemal. In dit artikel lees je wat we meemaakten en maak je kennis met het hedendaagse […]